top of page

Zoekresultaten

38 resultaten gevonden met een lege zoekopdracht

  • In het kort: de opties op een rij

    Commissie Duurzaam heeft, om zich te oriënteren, 3 onderzoeken laten doen voor het verduurzamen van Kleiburg fase 1. De resultaten  worden op deze website uitgebreid beschreven. Deze pagina bevat slechts een kort overzicht: waarbij per onderwerp naar de betreffende pagina met uitgebreidere informatie wordt gelinkt; bedoeld als hulpmiddel om het totaalbeeld van de mogelijke verduurzamingsmaatregelen voor Kleiburg fase 1 te overzien; en zal vragen oproepen en bevat daarom alle links naar de achterliggende artikelen en onderzoeken. Voor de samenstelling van dit overzicht zijn er aan Perplexity (onze onderzoekstool) 2 vragen gesteld: wat is de meest kosteneffectieve volgorde van maatregelen voor een flatgebouw als het onze; in deze vraagstelling waren alle voorstellen en adviezen uit de oriënterende onderzoeken opgenomen; heeft het combineren van verduurzamingsmaatregelen met noodzakelijk onderhoud voordelen en, zo ja, welke? 1. De meest kosteneffectieve volgorde volgens Perplexity BELANGRIJK:  Perplexity heeft de effectieve volgorde en bijbehorende kosten/baten gegeven op grond verzamelde informatie op internet met betrekking tot verduurzaming van een EBA-flat, bouwjaar 1973 , 11 verdiepingen, 110 appartementen) in het algemeen. De informatie is dus NIET  een op een toepasbaar op Kleiburg. Om een specifiek voor Kleiburg geldend overzicht te krijgen is een maatwerkadvi es   noodzakelijk. Het is de bedoeling dat het maatwerkadvies 3 keuzepakketten  van verduurzamingsmaatregelen zal geven met de daaraan verbonden financiële gevolgen. Op basis van dat advies zal de ALV kiezen of en, zo ja, welk pakket van maatregelen uitgevoerd kan worden. 1.1. Dak. dynamisch waterzijdig inregelen en zonnepanelen dakisolatie (van Rc 2,96 naar 5,92 m²K/W over 2958 m²) biedt directe 15-25% besparing op blokverwarming. Dakisolatie is rendabel voor alle appartementen in een VvE-flat. Zonder goede dakisolatie stijgt warme lucht uit de onderste appartementen via schachten, trappenhuizen en ventilatiekanalen naar het dak, waar het ongebruikt ontsnapt – tot 25-30% van het totale warmteverlies. Betere isolatie (Rc naar 5,92) houdt deze warmte vast en verdeelt haar gelijkmatiger over etages via lagere retourtemperaturen in het warmtenet; dynamisch waterzijdig inregelen : 10-15% besparing, € 90 per appartement SVVE-subsidie en directe daling maandelijkse servicebijdrage. ; combineer met vervanging van de warmtewisselaars (Ferroli’s) in verband met mogelijke financiering door Nationaal Warmtefonds; Zonnepanelen (ca. 100-200 kWp op dak, gericht op 50-100 MWh/jaar voor liften/verlichting/ketel/hydrofoor. Deze maatregelen leveren de hoogste besparing per euro en een sterke basispositie voor de VvE subsidies. Kanttekening: bijkomend voordeel van de dakisolatie en het waterzijdig inregelen is dat de leidingen van de verwarming minder worden belast waardoor minder slijtage en lekkages. 1.2. WTW-warmtepomp Met een WTW-warmtepomp op de 10 dakventilatoren wordt warmte terug gewonnen uit lucht van circa 21 °C en de temperatuur van het retourwater van de stadsverwarming verhoogd voordat Vattenfall het opnieuw naar circa 65 °C brengt. Aanvulling: De WTW-warmtepomp maakt bovenstaande maatregelen (zie 1.1.) aantrekkelijker, maar vervangt ze niet. 1.3. Vloeren galerij/balkon, begane grond en console-bekleding Vloerisolatie galerij/balkon inclusief opstanden/kozijnen en console-bekleding tegen koudebruggen: 10% besparing en comfortwinst; Aanvulling: Vloerisolatie begane grond alleen als aan specifieke voorwaarden voldaan is. Het zijn rendabele maatregelen, maar met een iets lagere besparing per euro dan dak + het waterzijdig inregelen en WTW vloerisolatie is belangrijker dan de bekleding van de consoles vanwege hogere besparing (15-20% vs 3-5%), groter comfortbereik en betere subsidie. Console-bekleding is waardevol maar secundair. 1.4. Natrium-ionbatterijen, ventilatieroosters en CO₂-gestuurde ventilatie M.b.t. de batterijen : voor de meter in de knik: gezien het hoge verbruik met avondpieken (liften, verlichting, pompen) en continue belasting (hydrofoor, ventilatoren) is een batterij zeer rendabel en sterk aanbevolen; voor de meter in de kop: gezien het verbruik ook in de avond is energieopslag nuttig en potentieel rendabel. M.b.t. ventilatieroosters: lees de pagina's isolatie en ventilatie ; M.b.t. CO₂-gestuurde ventilatie: lees de pagina ventilatie . 1.5. Gevel/spouwisolatie achter betonpanelen Rc 0,83 naar 1,5/2,4 (bij gevel met 20% panelen en 80% beglazing H R++) , hoog ste investering maar geschikt om de isolatie van de schil te voltooien. 1.6. Voordeel, besparing, kosten en rendement 2. De voordelen van het combineren noodzakelijk onderhoud  met verduurzaming Los van verduurzaming staat de VvE voor 2 urgent noodzakelijke onderhoudsmaatregelen (zie ook ons MJOP): betonschadeherstel; vervanging van de warmtewisselaars. SVVE/SEEH+ subsidieert alleen energiemaatregelen (dak-, vloer-, gevelisolatie, WTW, waterzijdig inregelen), niet regulier onderhoud zoals betonschadeherstel en vervanging van de wisselaars. Maar het combineren van dit noodzakelijke onderhoud met verduurzamingsmaatregelen kan wél grote financiële voordelen opleveren. 2.1. Combinatie betonherstel met verduurzaming Het betonschadeherstel  komt niet direct in aanmerking voor subsidies zoals SVVE en ook niet voor een lening bij het Warmtefonds. Wel zijn er indirecte subsidievoordelen door combinatie: Steiger- en mobilisatiekosten halveren (40% besparing); SVVE-pakketbonus  ( bij > 3 maatregelen) geeft een 30-50% hogere subsidie; de pakketbonus geldt ook zonder betonherstel. Maar de combinatie levert 2,6 x meer financieel voordeel door uitvoeringskosten (steigers/mobilisatie). Als betonherstel toch moet, dan zou het combineren met andere maatregelen een voordeel van 67% opleveren. 2.2. Combinatie vervanging warmtewisselaars met verduurzaming Het vervangen van de wisselaars (onze Ferolli's) zelf krijgt géén subsidie ; maar maakt pakketvorming mogelijk waardoor andere maatregelen 62% meer SVVE opleveren. Dit is de slimme financiële hefboomwerking van MJOP combineren met verduurzaming. De nieuwste modellen warmtewisselaars hebben een ingebouwde doorstroombeperker en temperatuurregelaar. Daarom kan de inregeling 100% centraal gebeuren. Bij onze huidige wisselaars moet 40% van het inregelen handmatig in de appartementen gebeuren. De vervanging van wisselaars uit 2013 door nieuwe verlaagt de kosten van dynamisch waterzijdig inregelen met 40 à 50 %. Bovendien zou de vervanging van de wisselaars (2013→2026) + dynamisch waterzijdig inregelen een erkende verduurzamingsmaatregel  zijn met 15 % besparing op de hoeveelheid warmte (GJ) die de flat afneemt van Vattenfall via het warmtenet door efficiëntere werking van het systeem.  Perplexity concludeert dat vervanging van de wisselaars in combinatie met de dynamische inregeling voor 100%  financierbaar zou zijn via de Warmtefonds VvE Energiebespaarlening . Heb je vragen, ideeën of wil je jouw ervaringen delen? Mail ons via duurzaamkleiburg1@gmail.com . Samen bepalen we de weg naar een toekomstbestendig Kleiburg.

  • Wie zijn we?

    De commissieleden van Commissie Duurzaam Els van Laarhoven (1948) is eigenaar en woont sinds 2015 op Kleiburg; gepensioneerd; was sociaal advocaat, lid bergingscommissie 2015-2016, secretaris bestuur 2017-2020, lid commissie herstel CV 2020-2022. Sander Schreuder (1987) is eigenaar, heeft samen met Femke zelf geklust en ca 10 jaar met veel plezier in Kleiburg gewoond. Is architect (met bouwkundige achtergrond). Marius Stekelenburg  (1946) Was in mijn werkzaam leven arts. Heb mijn hele leven belangstelling gehad bouwprojecten.Was van 2014 tot 2016 voorzitter bestuur en van 2020 tot 2025 lid van de technische commissie. "Gezocht" en ondersteuning Wilt u meedenken of meehelpen? Mail ons op duurzaamkleiburg1@gmail.com . Mark Wieferink (1973) eigenaar,  sinds 2020 op Kleiburg. Achtergrond in IT en inkoop. 2 jaar weesfietsen commissie, daarna in dit team. Op dit moment verantwoordelijk voor ontwikkeling en onderhoud van deze website.   Heb je vragen, ideeën of wil je jouw ervaringen delen? Mail ons via duurzaamkleiburg1@gmail.com . Samen bepalen we de weg naar een toekomstbestendig Kleiburg.

  • De weg - hoe we Kleiburg samen verduurzamen

    De verduurzaming van Kleiburg fase 1 gaat via een stappenplan dat ons helpt samen keuzes te maken. Voordeel hiervan is dat iedereen mee kan denken, maar dit kost wel tijd. Uiteindelijk beslist de Algemene Ledenvergadering (ALV) over de inhoud van het plan. Ons doel is steeds hetzelfde: een comfortabele, energiezuinige en toekomstbestendige flat. Het proces en de weg De verduurzaming van Kleiburg fase 1 is een proces van meerdere jaren. Het bestaat uit twee hoofdfasen: I. eerst maken we samen een plan; II. daarna volgt de uitvoering. Hoofdfase I: samen een plan maken Het plan moet antwoord geeft op de vragen: Welke maatregelen zijn technisch en financieel haalbaar? Hoe verbeteren we wooncomfort (minder tocht, stabieler binnenklimaat)? Hoe financieren we dit, en welke subsidies of fondsen kunnen daarbij helpen? Wat betekent dit voor de maandelijkse bijdrage en de energiekosten? De 6 stappen Om tot een goed onderbouwd plan te komen, doorlopen we zes stappen. Deze zijn gebaseerd op handreikingen voor VvE’s, maar aangepast aan de situatie van Kleiburg fase 1. Hoofdfase I - de 6 stappen Stap 1: Oriëntatie Onderzoeken en kennis verzamelen. Denk aan de studies van Hogeschool Utrecht en Adviesbureau Steeds Advies BV , en aan cursussen/webinars die commissieleden hebben gevolgd (denk aan de Rijksoverheid, het Warmtefonds en de Gemeente Amsterdam).   Stap 2: Ideeën delen Eigenaren en bewoners informeren en voorkeuren inventariseren. Deze website speelt hierbij een centrale rol: iedereen kan informatie nalezen en via (geplande) vragenlijsten zijn/haar prioriteiten aangeven.   Stap 3: Conceptplan maken De inbreng van bewoners wordt verwerkt in een conceptplan. Hierin staat een voorstel om een maatwerkadvies te laten opstellen, inclusief enkele mogelijke verduurzamingspakketten.   Stap 4: Conceptplan delen Het conceptplan wordt besproken en breed gedeeld (zowel met eigenaren als bewoners van Kleiburg fase 1), zodat iedereen kan reageren.   Stap 5: ALV-besluit over budget De commissie vraagt de ALV om budget beschikbaar te stellen voor het maatwerkadvies.   Stap 6: Maatwerkadvies en besluit Het maatwerkadvies wordt gepresenteerd en de ALV beslist over welk plan wordt uitgevoerd. Waar staan we nu? We bevinden ons in stap 2:  het informeren van eigenaren en bewoners en het ophalen van voorkeuren. Deze website is het belangrijkste instrument daarvoor. De commissie ontwikkelt daarnaast vragenlijsten en andere middelen om inzicht te krijgen in wat bewoners en eigenaren belangrijk vinden. Hoofdfase II: van plan naar uitvoering Na een positief ALV-besluit start de uitvoeringsfase. Dit loopt van voorlopig ontwerp naar definitief ontwerp, inclusief financiering en subsidieaanvragen, tot aanbesteding en uitvoering. Een verdere uitvoering volgt later. Heb je vragen, ideeën of wil je jouw ervaringen delen? Mail ons via duurzaamkleiburg1@gmail.com . Samen bepalen we de weg naar een toekomstbestendig Kleiburg.

  • Maatwerk onderzoek en advies

    Dit onderzoek en advies is noodzakelijk is als voorbereiding op de uitvoering; het richt zich op concrete maatregelen, in welke volgorde en met welke financiële en energetische effecten per gebouw; dit advies wordt door het Warmtefonds als voorwaarde gesteld bij leningen. Dit onderzoek heeft nog niet plaatsgevonden. Wat is een maatwerkadvies? Een maatwerkadvies is een onafhankelijk , geborgd verduurzamingsadvies op gebouwniveau waarin concreet staat welke energiebesparende maatregelen voor dat specifieke gebouw technisch en financieel het meest zinvol zijn; beschrijft de verschillende maatregelen en maatregelpakketten met investeringskosten, besparing en terugverdientijd inclusief kosten en baten; en moet worden opgesteld door een adviseur/bedrijf met o.a. BRL 9500‑02 certificering om de kwaliteit en onafhankelijkheid te borgen. Voor een VvE‑Energiebespaarlening bij het Nationaal Warmtefonds is een Maatwerk VvE Energieadvies verplicht ; dit advies vormt de onderbouwing van de gekozen maatregelen en maatregelpakketten.­ Het maatwerkadvies vormt de basis voor 3  keuzepakketten, met concrete, gebouw specifieke scenario's inclusief kosten, baten en terugverdientijd, zodat de VvE op basis daarvan kan kiezen. Kosten van maatwerkadvies Voor een flat met 100 appartementen en 11 woonlagen kost een maatwerkadvies ongeveer €20.000 tot €30.000, gebaseerd op een gangbare prijs van €200-300 per appartement. Voor grote, complexe hoogbouw (met uitgebreide opnames, bewonersenquête en MJOP-integratie) kan dit oplopen tot €35.000 door extra uren voor dak/gevel/lift en collectieve systemen. Voor het vragen van dit advies moet de ALV toestemming geven en mandaat verlenen. ​Subsidie De SVVE-subsidie (RVO) vergoedt tot 50% van de kosten voor verduurzamingsonderzoek bij VvE's, met een maximum van €12.500 voor grotere complexen. De SVVE-subsidie voor een maatwerkadvies moet worden aangevraagd vóór de start van het adviesproces, idealiter direct na het eerste ALV-mandaat voor de financiering van dit advies. Lees hier  alles over sparen, lenen en subsidies terug. Nb: onderscheid moet worden gemaakt tussen oriënterend onderzoek en maatwerk onderzoek en advies: Oriënterende onderzoeken   Omschrijving : de rapportages die zijn uitgebracht in de oriëntatiefase; deze haalbaarheidsonderzoeken richten zich op de vraag of iets in principe kan: technisch, financieel, juridisch en organisatorisch. Dit zijn de rapporten van : de studenten van de Hogeschool Utrecht (HU) en Steeds Advies B.V. ("Steeds"); ook het aanvullende onderzoek door de commissie valt in deze categorie. Maatwerkonderzoek en advies (deze pagina) Omschrijving : dit onderzoek en advies is noodzakelijk is als voorbereiding op de uitvoering; het richt zich op concrete maatregelen, in welke volgorde en met welke financiële en energetische effecten per gebouw; dit advies wordt door het Warmtefonds als voorwaarde gesteld bij leningen. Dit onderzoek heeft nog niet plaatsgevonden. Heb je vragen, ideeën of wil je jouw ervaringen delen? Mail ons via duurzaamkleiburg1@gmail.com . Samen bepalen we de weg naar een toekomstbestendig Kleiburg.

  • Oriënterende onderzoeken

    In 2024 en 2025 zijn 3 onderzoeksrapporten uitgebracht: (2 rapporten) door studenten teams van Hogeschool Utrecht ("HU"); (1 rapport) door Adviesbureau Steeds Advies B.V. ("Steeds"). En in aanvulling hierop heeft de commissie ook zelf nog enig onderzoek verricht. Zowel de studenten van Hogeschool Utrecht als adviesbureau Steeds hebben hun onderzoek verricht op basis van: een schouw van het pand, de schil en een aantal strategisch gekozen appartementen; de bouwtekeningen; het MJOP; de jaarrekeningen elektriciteit en warmtenet; en de begroting en de jaarrekening van onze VvE.   Op grond hiervan zijn de technische mogelijkheden in kaart gebracht voor isolatie , ventilatie , en voor het opwekken en besparen van energie . Zowel de studenten als Steeds Advies hebben van 3 verduurzamingsscenario’s  een financiële doorrekening gemaakt op basis van: het reële energiegebruik; en de kosten voor noodzakelijke ingrepen, reserves, subsidies en leningen. Rapporten van Hogeschool Utrecht (HU) Drie teams studenten van Hogeschool Utrecht hebben in 2024 gewerkt aan dit studieproject. Alle studenten hebben een ruim scala aan bouwtechnische mogelijkheden onderzocht op een mogelijke toepassing in Kleiburg. Hun uitgangspunt was een door onze Commissie Duurzaam voorgestelde lijst van aandachtspunten [ hier te downloaden ]. In twee teams zaten studenten werktuigbouw; technische bedrijfskunde; en studenten REGO (een studie die gericht is op het creëren en onderhouden van de gebouwde omgeving zoals steden, wijken, gebouwen en infrastructuur).   Team 3 (ook REGO) bestond uit parttime studenten (die naast hun studie al in de praktijk werken), welke een haalbaarheidsonderzoek hebben verricht. In dit onderzoek valt de nadruk meer op wat in de praktijk de beste oplossing zou zijn.   Het studieproject resulteerde in 3 rapporten [ hier te downloaden ]: één rapport met adviezen van de studenten voltijd; een haalbaarheidsonderzoek van de deeltijdstudenten; en een technisch ontwerp van de deeltijdstudenten. Rapport van adviesbureau Steeds Advies B.V. (Steeds) In het najaar van 2024 heeft adviesbureau  Steeds Advies B.V.  (Steeds) gefinancierd door de gemeente Amsterdam   een haalbaarheidsonderzoek  uitgevoerd naar mogelijkheden voor verduurzaming van Kleiburg fase 1. Het leek de commissie nuttig als een aanvulling op de rapporten van de HU door een professioneel adviesbureau.   De commissie ging ervan uit dat dit adviesbureau ook de door de studenten van de HU geschreven rapporten zouden bestuderen en hun constateringen zouden meenemen. In de loop van dit traject bleek dit echter niet geval: Steeds Advies maakt gebruik van een standaard computermodel; een aantal van de door de studenten genoemde innovatieve mogelijkheden kon Steeds niet in zijn onderzoek meenemen, omdat deze dus niet in computermodel waren opgenomen. Hoewel in dit opzicht teleurstellend, is het advies toch waardevol, met name omdat de impact van diverse onderwerpen een duidelijk inzicht geeft in de financiële consequenties voor de eigenaren. Het onderzoek resulteerde in het volgende rapport: [ Hier te downloaden ]. Eigen onderzoek Bij het schrijven van de stukken voor deze website rezen er soms vragen waarop de rapporten geen antwoord gaven. Bij het vinden van antwoorden op deze vragen heeft de commissie de vragen ook voorgelegd aan de A.I zoekmachine Perplexity. Perplexity is een AI-gestuurde zoekmachine die direct, in gewone taal, antwoord geeft op je vragen én daar meteen bronnen bij toont; de AI-zoekmachine doorzoekt bij elke vraag het web en haalt de informatie in real-time, zodat antwoorden actueel zijn; de gegeven antwoorden werden op de websites van relevante bronnen op hun juistheid gecontroleerd. Gedeelde conclusies De onderzoeken van de HU en Steeds stellen dat de voornaamste verbeterpunten voor Kleiburg vooral de isolatie van de schil  en de ventilatie in de appartementen zijn .   Uit eigen onderzoek kwam daarnaast naar voren dat ook dynamisch inregelen  van de warmwaterinstallatie een belangwekkende maatregel zou kunnen zijn: deze maatregel is noch door de studenten noch door Steeds onderzocht; het dynamisch inregelen zou leiden tot een langere levensduur van de stijgleidingen, minder lekkages en verstoppingen door magnetiet/slib en besparing op de stookkosten.   Onder het hoofdstuk " De onderzoeksresultaten "   zullen de constateringen en adviezen per onderdeel behandeld worden. Daarbij komen dan tevens aan de orde: wat zijn de baten qua energiebesparing, comfort en gezondheid; wat zijn de kosten en terugverdientijd; financieringsmogelijkheden; eventuele kanttekeningen van de commissie. Nb: onderscheid moet worden gemaakt tussen oriënterend onderzoek en maatwerk onderzoek en advies: Oriënterende onderzoeken  (deze pagina) Omschrijving : de rapportages die zijn uitgebracht in de oriëntatiefase; deze haalbaarheidsonderzoeken richten zich op de vraag of iets in principe kan: technisch, financieel, juridisch en organisatorisch. Dit zijn de rapporten van : de studenten van de Hogeschool Utrecht (HU) en Steeds Advies B.V. ("Steeds"); ook het aanvullende onderzoek door de commissie valt in deze categorie. Maatwerkonderzoek en advies Omschrijving : dit onderzoek en advies is noodzakelijk is als voorbereiding op de uitvoering; het richt zich op concrete maatregelen, in welke volgorde en met welke financiële en energetische effecten per gebouw; dit advies wordt door het Warmtefonds als voorwaarde gesteld bij leningen. Dit onderzoek heeft nog niet plaatsgevonden. Heb je vragen, ideeën of wil je jouw ervaringen delen? Mail ons via duurzaamkleiburg1@gmail.com . Samen bepalen we de weg naar een toekomstbestendig Kleiburg.

  • Onderzoeksresultaten: energie | zonnepanelen en opslag

    Inleiding Stroom: zonnepanelen en opslag (deze pagina) Warmte: dynamisch waterzijdig inregelen Warmte: WarmteTerugWinning (WTW) Warmte: bewustwording verbruik Plaatsing van zonnepanelen (PV-panelen) Door de splitsingsakte is het grootste deel van het dak “bezet” voor bewoners van de 10e etage. Daardoor kan slechts een beperkt deel van het dak worden benut voor collectieve zonnepanelen. Locatie mogelijke plaatsing zonnepanelen (rode markering) Voldoende panelen plaatsen om alle appartementen van elektriciteit te voorzien behoort dus niet tot de mogelijkheden. Bovendien is voor een grote VvE als de onze de bekabeling naar alle afzonderlijke meterkasten te complex en kostbaar. En door de afschaffing van de salderingsregeling is het rendement op een dergelijke investering ook onvoldoende. Met betrekking tot het mogelijke aantal zonnepanelen op het beschikbare deel van het dak geven de onderzoeken opmerkelijke verschillen : Full-time team: 113 panelen mogelijk Part-time team: 50-70  panelen (afhankelijk van richting) 32  panelen (11.000 kWh per jaar, de helft van het collectieve verbruik) Daarnaast hebben zowel de studenten als Steeds Advies zich beperkt tot plaatsing van panelen boven de collectieve ruimte van de knik , dus alleen aansluiting op de meter in de knik. De mogelijkheid en effectiviteit van ook zonnepanelen boven de collectieve ruimte in de kop is niet onderzocht. Het toepassen van zonnepanelen voor het collectieve elektraverbruik Wel interessant kan zijn om zonnepanelen te plaatsen om collectieve voorzieningen van stroom te voorzien. Deze zouden dus geplaatst kunnen worden op de dakgedeeltes boven de trappenhuizen in de kop en de knik. Deze energievraag wordt in de algemene ruimtes verdeeld over: de liften; belichting in algemene ruimtes; en energie die voor warmte installaties en ventilatie nodig is. Het mooiste zou zijn om genoeg panelen te plaatsen om zoveel mogelijk in de stroombehoefte van de collectieve voorzieningen voorzien. Probleem is echter dat er op zonnige dagen mogelijk meer energie door de PV-panelen wordt geleverd dan dat op bepaalde tijden wordt afgenomen door de liften, lichten en warmte installaties. Terwijl juist ‘s avonds en ‘s nachts meer stroom nodig is voor verlichting en liften. Het is belangrijk dat dit voorkomen wordt. Oplossingen voor dit probleem zouden zijn de energielevering door de PV-panelen zo laag houden dat deze nooit boven het minimale energie verbruik komt; het gebruik van een accu, zodat de energie hiermee opgeslagen kan worden. Nieuwe ontwikkelingen: natrium-ionbatterijen Lithium-ion batterijen zijn nu nog het meest gebruikelijk. Maar inmiddels zijn natrium-ionbatterijen een veelbelovend alternatief: goedkoper; veiliger; en beter bestand tegen temperatuurverschillen. Daarbij onderscheiden  natrium-ion batterijen zich als duurzaam, en milieuvriendelijk alternatief dankzij hun grondstofgebruik (gewoon zout), geen schadelijke en giftige bestanddelen en eenvoudige recycling. Conclusie Plaatsing van zonnepanelen blijft interessant voor het collectieve deel van de flat. Maar omdat de onderzoeksresultaten in de 3 rapporten van elkaar verschillen en ook de ontwikkelingen op het gebied van bijv. Natrium-ionbatterijen daarin niet zijn betrokken, is verder onderzoek wenselijk en noodzakelijk. Kosten, subsidie en Nationaal Warmtefonds Kosten Er moet nog nader advies worden gevraagd met betrekking tot het aantal panelen en de wenselijke capaciteit van de batterijen. Daarna kunnen de kosten en de terugverdientijd worden geraamd. Subsidie in combinatie met andere verduurzamingsmaatregelen is voor het plaatsen van zonnepanelen subsidie mogelijk via de SVVE; Voor gemeenschappelijke energieopslag zoals batterijen zijn er indirecte en fiscale voordelen via EIA (Energie-investeringsaftrek):  Fiscaal voordeel tot 40% op investeringen in batterijen op de Energielijst, ideaal voor VvE-opslag bij zonne-energie. Zowel natrium- en lithium-ion batterijen komen hiervoor in aanmerking; SDE++:  Voor grootschalige projecten met opslag en duurzame opwekking (zonnepanelen), subsidie op geproduceerde/opgeslagen energie. Geschikt voor gemeenschappelijke voorzieningen in flats, maar de toekenning van de subsidie hangt af van concrete schaalgrootte en kostenstructuur. Dit zal te zijner tijd nader moeten worden onderzocht. Lenen de resterende kosten komen in aanmerking voor een lening bij het Nationaal Warmtefonds. Lees hier  alles over sparen, lenen en subsidies. Verder lezen over Energie? Inleiding Stroom: zonnepanelen en opslag   (deze pagina) Warmte: dynamisch waterzijdig inregelen Warmte: WarmteTerugWinning (WTW) Warmteverbruik: meten is weten Heb je vragen, ideeën of wil je jouw ervaringen delen? Mail ons via duurzaamkleiburg1@gmail.com . Samen bepalen we de weg naar een toekomstbestendig Kleiburg.

  • Onderzoeksresultaten: ventilatie op Kleiburg

    Ventilatie - inleiding Het binnenklimaat in onze woning is een belangrijk onderdeel van ons dagelijks woongenot. Het bepaalt niet alleen of een ruimte aangenaam aanvoelt, maar heeft ook invloed op onze gezondheid en ons welzijn. Een goed binnenklimaat is het resultaat van een samenspel van verschillende factoren. Het is een evenwicht tussen warmte, vochtigheid, frisse lucht, CO₂, licht en geluid. Een goed ventilatiesysteem is essentieel om een gezond en comfortabel binnenklimaat te behouden. Een goede ventilatie voorkomt: ophoping van CO₂, vocht, stofdeeltjes en allerhande verontreinigingen, waardoor minder klachten als hoofdpijn, allergieën, benauwdheid en vermoeidheid; schimmel en vochtproblemen in badkamers, keukens en slaapkamers; een muffe, benauwde lucht en houdt de temperatuur en luchtvochtigheid stabiel. Te veel? Een ventilatiesysteem kan echter ook leiden tot een teveel aan ventilatie. Dit noemen we overventilatie, met als gevolgen onnodig warmteverlies en tochtklachten. Moderne ventilatiesystemen, zeker als deze worden gecombineerd met warmteterugwinning (WTW) , zorgen dat verse lucht wordt toegevoerd zonder grote warmteverliezen, waardoor energiekosten laag blijven en de woning een comfortabel klimaat behoudt. In dit artikel bespreken we specifiek de mogelijkheden van verbetering van het ventilatiesysteem. Het ventilatiesysteem  - de huidige situatie De aanvoer van verse ventilatielucht gebeurt nu op natuurlijke wijze. In de gevel van elk appartement zijn metalen susbakken opgenomen — ventilatiekanalen die lucht van buiten naar binnen geleiden. Deze bakken vormen feitelijk een open verbinding met de buitenlucht en bevatten geen isolatie, geluiddemping of slimme regeling. Daardoor kunnen ze in de winter veel kou en in de zomer juist warmte doorgeven aan de binnenzijde van de woning. Dit zorgt voor een minder stabiel binnenklimaat en verhoogt het onnodig energieverbruik. De afvoer van de gebruikte lucht vindt mechanisch plaats via gemeenschappelijke kanalen op het dak ( ventilatietype C ). Dit systeem staat constant aan en verbruikt veel energie. De natuurlijke aanvoer van verse ventilatielucht kan leiden tot warmteverlies in de winter en aanvoer van te warme buitenlucht in de zomer. Omdat het rooster handmatig moet worden geopend en gesloten, bestaat het risico van te weinig ventileren of juist van overventilatie en tocht. Zowel de studenten van de HU als Steeds advies zijn van oordeel dat een aanpassing op de huidige situatie  wenselijk is om zowel het wooncomfort te verbeteren als energie te besparen. We zien 3 mogelijke verbeteringen Mogelijkheid 1. Ventilatiesysteem C+ (ventilatietype C wordt behouden, alleen wordt het gestuurd door CO²-sensoren) Het bestaande systeem C blijft behouden, maar wordt uitgebreid met CO₂-sensoren. Deze sensoren meten de luchtkwaliteit per ruimte en sturen de ventilatie automatisch aan. Werking de toevoer van verse lucht blijft natuurlijk, via de bestaande susbakken en raam- of muurroosters; de afvoer gebeurt mechanisch en maar nu alleen wanneer dat nodig is, op basis van het gemeten CO₂- en vochtgehalte. Voordelen energiebesparend: het systeem draait alleen wanneer dat nodig is, waardoor warmteverlies en stroomverbruik dalen; gezond binnenklimaat: automatische regeling zorgt voor constante luchtkwaliteit en voorkomt schimmel- en vochtproblemen. De handmatige bediening van de roosters blijft in dit scenario behouden. De huidige suskasten kunnen worden behouden. Deze lege suskasten  kunnen technisch gezien gevuld worden met isolerend materiaal, maar de ventilatiecapaciteit vermindert daardoor sterk en kan zelfs geheel verloren gaan. Mogelijkheid 2. Ventilatiesysteem C+ Ventilatiesysteem C+ uitgebreid met zelfregelende roosters (ZR) In deze variant wordt het systeem C+ gecombineerd met zelfregelende roosters (ZR). Deze passen automatisch de luchttoevoer aan bij veranderende winddruk of buitentemperatuur. Werking Een ZR-rooster werkt mechanisch dankzij een ingenieuze zelfregelende klep. Deze klep reageert automatisch op veranderingen in winddruk en zorgt ervoor dat het luchtvolume dat binnenkomt gelijk blijft bij toenemende wind. De werking berust op een flexibele klep of veermechanisme die zich gedeeltelijk sluit bij hogere druk, zodat er niet te veel koude lucht binnenstroomt en tocht, lawaai of energieverlies wordt voorkomen; Wanneer de winddruk afneemt, opent de klep zich weer zodat voldoende ventilatie is gegarandeerd bij lage luchtdruk. Er zijn geen elektrische onderdelen of motor nodig; de bediening vindt volledig plaats via de luchtdruk en de constructie van het rooster zelf. Voordelen constante ventilatie en meer comfort, ook bij wisselende weersomstandigheden; Een ZR-rooster heeft een uitstekende thermische werking en draagt bij aan de isolatie van het gebouw. Dit wordt bereikt door het ontwerp, dat meestal bestaat uit aluminium profielen met een dubbele of driedubbele afdichting  Hierdoor wordt warmteverlies via het rooster beperkt; ​in combinatie met vraaggestuurde afvoer (CO₂ en vocht) kan het rendement circa 75 % hoger liggen dan bij standaardroosters. Aandachtspunten zelfregelende roosters hebben periodiek onderhoud nodig om goed te blijven werken (inspectie, reiniging, smering). Ze zijn duurder in onderhoud dan handmatige roosters, maar bieden meer comfort en stabiliteit; bestaande suskasten kunnen in dit scenario deels worden hergebruikt, mits ze worden aangepast voor plaatsing van zelfregelende en eventueel geluiddempende roosters; Het is belangrijk op te merken dat zelfs de stilste ventilatieroosters onder bepaalde omstandigheden nog steeds enig geluid kunnen produceren, vooral bij harde wind of door drukverschillen. Mogelijkheid 3. Ventilatiesysteem D Balansventilatie Bij dit systeem wordt zowel de aanvoer als de afvoer van lucht mechanisch geregeld. Het systeem  vergt  de aanleg van een netwerk van luchtkanalen. De installatie daarvan is in bestaande gebouwen complex en duur. Daarom wordt het in de praktijk alleen toegepast in nieuwbouwwoningen. Daarom zal deze mogelijkheid hier buiten beschouwing worden gelaten. Kosten, subsidie en financiering Via de SVVE (voor VvE's) kan subsidie worden aangevraagd voor energiebesparende maatregelen waaronder CO2-gestuurde ventilatiesystemen en balansventilatie met warmteterugwinning. De subsidie is een percentage van de aanlegkosten bij één isolatiemaatregel: 15% van de kosten, maximaal €600 per appartement; bij twee of meer isolatiemaatregelen: 30% van de kosten, maximaal €1.200 per appartement. De CO2 gestuurde ventilatie kan verder ook nog worden gefinancierd door een lening bij het Nationaal Warmtefonds. Lees hier alles over sparen, lenen en subsidies terug. Bronnen & verwijzingen Hogeschool Utrecht, Onderzoek ventilatie , 2024 SVVE (2024), Subsidie voor energiebesparende maatregelen bij VvE’s Nationaal Warmtefonds (2024), Financiering voor collectieve verduurzaming Heb je vragen, ideeën of wil je jouw ervaringen delen? Mail ons via duurzaamkleiburg1@gmail.com . Samen bepalen we de weg naar een toekomstbestendig Kleiburg.

  • Verduurzamen kost geld

    Het verduurzamen van Kleiburg fase 1 kost geld. We moeten als VvE keuzes maken: hoe ver willen we gaan en hoe betalen we dat? Besparingen op energie en meer wooncomfort zijn de opbrengst, maar de investeringen zijn fors. De belangrijkste opties zijn: sparen , lenen en waar mogenlijk gebruikmaken van subsidies . Subsidies dekken gemiddeld 15–30% van de kosten. De rest moet toch echt komen uit eigen middelen en/of leningen. Dit artikel zet de mogelijkheden en hun voor- en nadelen op een rij. Hoe betalen we de verduurzaming van de flat? Minder energie verbruiken en het wooncomfort verbeteren vraagt investeringen. De hoogte hangt af van de gekozen maatregelen. Zoals bij elke investering is de vraag: wat kost het en wat levert het op? Financiering kan op drie manieren Sparen; Lenen; Subsidies benutten. Omdat subsidies nooit alle kosten dekken, is het belangrijk eerst te kijken naar sparen en lenen. Sparen of lenen? Grote uitgaven kunnen we op verschillende manieren financieren: Sparen totdat we genoeg in kas hebben; Versneld sparen via maandelijkse bijdrage fors te verhogen; Eenmalige bijstortingen in het reservefonds van de VvE; Lenen via een gezamenlijke VvE-lening. Voordelen en nadelen naast elkaar Lenen Indien we als VvE kiezen voor het (deels) gaan financieren van verduurzamingsplannen van ons pand (alleen de algemene delen) met een lening, dan kan dit alleen met een besluit van de ALV (algemene ledenvergadering) met gekwalificeerde meerderheid. Lenen, optie 1: bij het Nationale Warmtefonds Het Nationale Warmtefonds en de VvE Energiebespaarlening - Het Warmtefonds, in opdracht van de Rijksoverheid, biedt leningen voor meer dan 30 energiemaatregelen. Hierbij geldt: Geen afsluitkosten; Leden betalen rente en aflossing via de maandelijkse bijdrage; Rente is voordeliger en blijft vast tijdens de hele looptijd (10–30 jaar). In juli 2025: 3,29% (10 jaar) tot 3,71% (30 jaar); Geld gaat in een bouwdepot; facturen worden daaruit betaald; Vervroegd aflossen tot 20% per jaar zonder boete. Het Warmtefonds stelt wel eisen aan de kwaliteit en effectiviteit van de te nemen verduurzamingsmaatregelingen. En ook: Maatwerk VvE Energieadvies laten opstellen en een actueel meerjarenonderhoudsplan (MJOP) bijwerken of maken; Mogelijk beperkingen bij verhuurde appartementen, winkels of bedrijfsruimtes. Alles is hier terug te vinden: https://warmtefonds.nl/vve Op de pagina’s over de onderzoeksresultaten zal per voorgestelde maatregel  worden vermeld of deze aan de voorwaarden voor de VvE Energiebespaarlening voldoet. Het Nationale Warmtefonds en de VvE LedenLening - een extra optie voor eigenaren (die het appartement ook bewonen) met een laag inkomen. Financiert de VvE  de verduurzaming met de VvE Energiebespaarlening? Dan gaat de bijdrage die je aan de VvE moet betalen omhoog. Stel dat dit ingewikkeld voor je is, vanwege een laag inkomen, dan kun je als lid van die VvE Ledenlening aanvragen. Deze is: bedoeld voor voor eigenaren die zelf hun appartement bewonen. renteloos en hoeft pas te worden afgelost bij verkoop van het appartement. Wel gelden voor deze lening maximale inkomensgrenzen. De eigenaar-bewoner moet deze lening zelf aanvragen. Zie daarvoor en voor alle details https://www.warmtefonds.nl/ledenlening . Lenen, optie 2: bij Toekomstbestendig onderhoudsfonds VvE’s Deze route is een alternatief voor mogelijke maatregelen die niet door het Warmtefonds worden gefinancierd; De rente is hoger: in najaar 2025 rond 5,8% bij 20 jaar; Voor- en nadelen moeten nog verder onderzocht worden. Subsidies Subsidie - de Rijksoverheid (RVO) De rijksoverheid biedt via de RVO (Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland) subsidie aan voor: Onderzoek en advies : tot 50% vergoeding, max. € 40.000 ; Bouwbegeleiding : 50% vergoeding, max. € 20.000 - De bouwbegeleiding houdt in dat een bouwbegeleider toeziet op de kwaliteit van de directievoering en het bouwen zelf ; De Verduurzamingsmaatregelen : vaste bedragen per m² of per stuk; Bij één maatregel: gemiddeld 15% van de kosten; Bij twee of meer maatregelen: gemiddeld 30% van de kosten; Let op: sommige pakketten zoals ZEP (zeer energiezuinig pakket) stellen extra eisen die voor Kleiburg niet rendabel zijn. De genoemde percentages komen van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Lees alles op https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/svve Verder hebben diverse commissieleden ook onderstaande webinar gevolgd, wij kunnen u van harte aanbevelen deze te luisteren, mits u hier eenmalig een uur voor uit kunt trekken. Subsidie - de Gemeente Amsterdam Amsterdam kent meerdere subsidiemogelijkheden voor verduurzaming, maar Kleiburg voldoet in de meeste gevallen niet aan de voorwaarden: Deze houden nl o.a. in dat de maatregelen er toe leiden  dat alle woningen  in het gebouw tenminste 3 labelstappen  maken. Omdat door de renovatie in 2013  al  een aantal verbeteringen zijn aangebracht is  het voor ons praktisch gezien niet mogelijk om aan die voorwaarde te voldoen. Interessant voor ons is mogelijk wel de subsidie Planvorming verduurzaming voor VvE’s . Deze subsidie wordt verleend voor het laten uitvoeren van een aantal bouwtechnische onderzoeken zoals o.a. asbestonderzoek, koudebrugberekeningen, flora-en faunaonderzoek; werkzaamheden voor het verkrijgen van vergunningen, aanvragen van subsidies, bouwkostenberaming; voorbereiding en begeleiding van het besluitvormingstraject.   Voor de subsidie planvorming van de gemeente Amsterdam is het wel een eis dat vooraf een plan wordt uitgewerkt door een opdrachtnemer waarin bovenstaande onderdelen terugkomen. Ook hier is het is niet mogelijk om de subsidie in delen aan te vragen. Volgende stap In onze publicaties rond mogelijke maatregelen voor Kleiburg, zal de commissie bij elke maatregel aangeven of deze in aanmerking komt voor subsidie en/of lening; Op basis daarvan kan de VvE keuzes maken die passen bij onze financiële situatie en ambities. Heb je vragen, ideeën of wil je jouw ervaringen delen? Mail ons via duurzaamkleiburg1@gmail.com . Samen bepalen we de weg naar een toekomstbestendig Kleiburg.

  • Onderzoeksresultaten: isolatie | losse eindjes

    Inhoudsopgave van isolatie Inleiding Het dak De vloeren van galerij en balkon en de opstanden Voor-en achtergevel: muur en consoles Voor- en achtergevel: k ozijnen, beglazing en kieren Vloeren begane grond Losse eindjes   (deze pagina) Een paar problemen zijn in het voorgaande nog niet behandeld: mogelijk onvoldoende isolatie van de leiding van de stadsverwarming op het dak; onvoldoende isolatie van de stijgleidingen van ketelhuis naar dak; mogelijk onvoldoende isolatie van de plafonds van de fietsenstallingen; en de ongeïsoleerde dilatatievoeg. Deze onderwerpen zijn niet door de studenten onderzocht. Steeds vermeldt wel de isolatie van het plafond van de fietsenstallingen, maar niet de dilatatie. 1. Mogelijk onvoldoende isolatie van de leiding van de stadsverwarming op het dak De hoofdleiding van de stadsverwarming loopt buiten over het dak en is ca 125 meter lang. Deze leiding is waarschijnlijk in 2013 aangelegd. De leiding is wel geïsoleerd, maar de vraag is of de warmte afgifte/verlies in de huidige situatie berekend kan worden  en wat de winst zou zijn als de leiding beter geïsoleerd zou worden. Deze vragen zijn in de onderzoeken van de HU en Steeds niet aan de orde gekomen. Eigen onderzoek levert op dat: rond 2013 voor hete leidingen in industrie en stadsverwarming CINI‑richtlijnen vooral minerale wol (glaswol/steenwol) voor, met diktes afgestemd op temperatuur en diameter en vaak in één of twee lagen rond de leiding (25–40 mm); het bij  buiten liggende leidingen gebruikelijk was om de steenwol pijpschalen af te werken met een aluminium of stalen plaatwerk, of soms met een kunststof buitenmantel, voor bescherming tegen weer en vocht; naar huidige maatstaven het warmteverlies vaak aanzienlijk is; het na‑isoleren naar circa 60–100 mm totaal zou daarom meestal rendabel zijn zeker bij een lange buitenleiding. Daarnaar gevraagd gaf Perplexity aan de verbetering van de isolatie van deze buitenleiding te plaatsen in het vak waarin ook de dakisolatie staat . 2. Onvoldoende isolatie van de stijgleidingen van ketelhuis naar dak De stijgleidingen (1 aanvoer, 1 retour) ­voor het warme water lopen verticaal vanuit het ketelhuis via een niet-gebruikte ruimte op de 1e etage door de 9 bergingen in de knik. Ze zijn voorzien van een  isolatieschil van steenwol van ca 4 cm dik. In de vloerpassages is geen isolatie aangebracht met als gevolg dat de vloeren veel van de warmte opnemen. Dit warmteverlies is er het hele jaar door. De ruimte tussen leiding en betonnen vloer is ca 2 cm, dus te krap voor isolatie met steenwol.   Deze kwestie is in de onderzoeken van de HU en Steeds niet aan de orde gekomen. Eigen onderzoek levert op dat: de toegepaste dikte van de bestaande isolatie is afgestemd op oudere isolatie‑adviezen en is dunner dan wat nu economisch optimaal is; het probleem van de krappe doorvoeropeningen mogelijk is op te lossen met Armaflex: een flexibel, synthetisch rubberisolatiemateriaal dat tot 50-70% samengedrukt kan en weer terug veert naar de originele dikte; de gebrekkige isolatie verbeterd kan worden door een extra laag steenwol (20–30 mm) over de bestaande laag, maar in de doorvoerzone een flexibele tussenlaag van Armaflex aan te brengen; deze maatregel zou het warmteverlies met 25-35 % verminderen.   Daarnaar gevraagd gaf Perplexity aan de verbetering van de isolatie van deze binnenleiding samen met de isolatie van de leiding op het dak te plaatsen in het vak waarin ook de dakisolatie staat . 3. Mogelijk onvoldoende isolatie van de plafonds van de fietsenstalling De woningen boven de fietsenstalling hebben al licht geïsoleerde vloeren. Deze vloer kan extra geïsoleerd worden door isolerende plafondplaten in de fietsenstallingen aan te brengen.   Hierbij moeten wel het aanwezige leidingwerk en de verlichtingsarmaturen verlegd worden. Steeds begroot de kosten op € 45.474 excl  BTW. Onduidelijk is of deze voorziening voor subsidie in aanmerking komt. Ondanks reeds genoemde lichte isolatie, duidt het warmtebeeld echter op een slechte aansluiting van de isolatie op de wanden. Onderzocht zou moeten moeten of dit probleem op te lossen is door een betere isolatie van de aansluiting op de muur. 4. De ongeïsoleerde dilatatievoeg Verticaal over de 10 woonlagen tussen de nummers 06-07 zit een ongeïsoleerde dilatatie. Een verticale dilatatie in een flat als Kleiburg dient om vervormingen in de constructie op te vangen die ontstaan door temperatuurverschillen, krimp, doorbuiging of andere spanningen in de bouwdelen. De dilataties voorkomen scheurvorming en constructieve schade door het mogelijk maken van beweging tussen bouwdelen. In de dilatatie is geen isolatiemateriaal aangebracht. De huisnr 06 en 07 ervaren daarom afstralende kou van de aan de dilatatie grenzende muur. Zowel in de rapporten van de HU als dat van Steeds wordt dit probleem niet besproken. Perplexity geeft aan dat er wel Isolatie kan worden aangebracht, mits uitgevoerd met speciale dilatatieprofielen of materialen die de bewegingen niet belemmeren. Onderzocht zou moeten worden: of een dergelijke maatregel voor Kleiburg zinvol is; of dat de oplossing moet worden gezocht in een isolatie aan de binnenzijde van de betreffende appartementen. Iets terug lezen over isolatie? Inleiding Het dak De vloeren van galerij en balkon en de opstanden Voor-en achtergevel: muur en consoles Voor- en achtergevel: k ozijnen, beglazing en kieren Vloeren begane grond Losse eindjes   (deze pagina) Heb je vragen, ideeën of wil je jouw ervaringen delen? Mail ons via duurzaamkleiburg1@gmail.com . Samen bepalen we de weg naar een toekomstbestendig Kleiburg.

  • Bewonerservaring - verwarmen met infraroodpanelen

    Intro Verwarmen met infraroodpanelen wordt soms genoemd als alternatief of aanvulling op de bestaande verwarming. In deze bewonerservaring deelt Marius uit Kleiburg fase 1 hoe dit in de praktijk uitpakt: wat het doet voor comfort, energiegebruik en dagelijkse beleving. Het gaat nadrukkelijk om een individuele ervaring, bedoeld om anderen te helpen zich een realistischer beeld te vormen — niet als advies of vast onderdeel van het verduurzamingsplan. Onze appartementen zijn niet optimaal geïsoleerd, door koudebruggen en kierende sponningen kan het flink gaan tochten. De neiging is daarom de thermostaat een graadje hoger zetten, met name in de wintermaanden als er door de ramen weinig zonnewarmte naar binnen komt. Daardoor kunnen de stookkosten hard oplopen. Onze appartement worden verwarmd met warm water dat via de stadsverwarming binnen komt. Dit water werd oorspronkelijk op temperatuur gebracht met restwarmte van een kolencentrale, milieutechnisch een goede zaak. We konden, ook als de zon verstek liet gaan en het hard waaide, zonder gewetenswroeging ons appartement lekker warm stoken. De kolencentrale is dicht en het is niet helemaal duidelijk hoe het water nu op temperatuur wordt gebracht dit maakt het dubieus of wij milieutechnisch gezien, nog wel zo verantwoord stoken. De prijs van de warmte die via de stadsverwarming wordt geleverd is direkt gekoppeld aan de gasprijs. Ons gas was vroeger relatief goedkoop maar is in de laatste jaren sterk gestegen, reden voor ons om te kijken of we niet wat zuiniger konden stoken. In 2022 begon de oorlog in Oekraïne wat een direkt gevolg had op de gasprijzen en daarmee de prijs van ons warme water. De overheid drong er op aan dat wij de thermostaat wat lager zouden zetten. Geen gek idee, een graadje minder warm scheelt een heleboel gigajoule (gJ) aan warmte en daarmee een heleboel kubieke meters aan schaars gas. In de tweede helft van de vorige eeuw werd in Groningen een groot aardgasveld ontdekt waardoor wij goedkoop gas kregen. Tot die tijd was centrale verwarming een luxe, men had in de woonkamer een kachel en in de keuken werd gekookt. Dat waren de plaatsen waar het warm was in de winter en daar leefde men ook. Sinds er centrale verwarming kwam verwarmen we ons hele huis naar een comfortable temperatuur terwijl we maar op een paar plaatsen zitten. Erg inefficient, de comfortabele temperatuur is alleen nodig waar je zit. Als je heen en weer loopt of staat te koken wordt je wel op een andere manier warm. Via de Groene Hub in Holendrecht kwamen wij op het idee een infraroodpaneel aan te schaffen om zodoende het huis plaatselijk te verwarmen. Het idee was om de thermostaat wat lager te zetten en de plaatsen waar wij zitten zonodig met het infraroodpaneel te verwarmen. Dit waren de eethoek en de bank bij de tv. Als we daar gingen zitten konden we het paneel aanzetten en als we weggingen konden we het paneel weer uitzetten. We zetten de thermostaat van de centrale verwarming op 18 graden en regelden een temperatuur van 20 graden op de plekken waar wij zaten. Dit functioneerde redelijk maar was niet genoeg, al snel schaften we ook een verplaatsbaar infraroodpaneel een dat we gebruikten op onze werkkamers (bij de computer). Al met al was het even wennen, zo nu een dan vergaten we het paneel uit te schakelen als we weg gingen of naar bed gingen en de badkamer vonden we te koud. Door de koudebruggen en kieren in de kozijnen hadden we last van tocht wat door de plaatselijke verwarming versterkt werd. We investeerden daarom ook in isolerende gordijnen en semitransparante rolgordijn in de vensters . Dit werkte goed al hopen we dat de flat dusdanig verduurzaamd gaat worden dat het probleem van de koudebruggen en kieren in de kozijnen wordt opgelost. De besparing in gigajoules was gigantisch, het elektriciteitsverbruik nam maar matig toe toe. Daarbij stegen de prijzen van elektriciteit minder dan van het gas. Om het comfort te verbeteren hebben wij in de volgende jaren verder geïnvesteerd in gordijnen en drie extra infraroodpanelen laten plaatsen. Zoals de bedoeling was gaven we minder geld uit aan de stadsverwarming. verbruik                       stadsverwarming           elektriciteit              gem./mnd                                         gigajoule (gJ)           kilowatuur (kWh) 2021                                   32,243                                3409                   284    1) 2022                                   19,290                                3368                  281   2) 2023                                   10,137                               3419                  285   3) 2024                                     4,239                               4143                  345   4) winter (november-februari) 2021-2022                         19,281                           1092                  273 2022-2023                             8,487                           1837                  459 2023-2024                             3,890                           1802                  451 2024-2025                             4,324                           2006                  502 1) In 2021 hadden we een hoog warmwaterverbruik, dit werd met name door de verwarming veroorzaakt. Naast het warme water voor de verwarming gebruiken we ook warm water om te douchen. Sinds 2021 zijn we niet korter gaan douchen. Tot 2022 verschilde het elektriciteitsverbruik tussen de zomer- en wintermaanden niet veel. Het enige verschil was het gebruik van de ledlampjes en de wasdroger die wij steeds minder gebruikten omdat hij duur in het gebruik was en steeds slechter functioneerde. Voor de rest gebruikten we elektriciteit om mee te koken, voor onze boiler in de keuken en voor elektrische apparaten zoals een wasmachine, een afwasmachine de tv en computers.                                        2) Zomer 2022, aanschaf infraroodpaneel, isolerende gordijnen en semi-doorlatende rolgordijnen. November aanschaf verplaatsbaar infraroodpaneel. Het elektriciteitsverbruik is afgenomen terwijl we de infraroodpanelen in oktober en met name in november en december al gebruikten waarschijnlijk doordat we de wasdroger (praktisch) niet meer gebruikten. 3) In oktober 2023 schaften we nog extra gordijnen aan. 4) In november 2024 lieten we 3 extra panelen plaatsen, die uit de woonkamer werd verplaatst naar een werkkamer, er kwam in de woonkamer een paneel boven de bank, een paneel boven de tafel en een paneel in de badkamer. De investering in gordijnen en panelen was ongeveer 5500 Euro, we hebben inmiddels 3400 Euro aan voorschot teruggekregen. Het ziet er naar uit dat deze investering over 1 à 2 jaar is terugverdiend. Voor de rest is het wachten op de verduurzaming van het gebouw. Heb je vragen, ideeën of wil je jouw ervaringen delen rond onderwerpen in de categorie "Doe-het-zelf"? Mail ons via duurzaamkleiburg1@gmail.com . Samen bepalen we de weg naar een toekomstbestendig Kleiburg; Doe-het-zelf  gaat over aanpassingen in je eigen appartement, niet over VvE-maatregelen. Ervaringen van bewoners helpen anderen op weg — delen wordt dus van harte aangemoedigd!

  • Onze flat - beschermd stadsgezicht Bijlmermuseum

    Kleiburg is niet alleen een groot woongebouw, maar ook onderdeel van het gemeentelijk beschermd stadsgezicht Bijlmermuseum . Dat betekent dat de cultuurhistorische waarde van de flat en haar omgeving wordt beschermd. Aanpassingen aan de buitenkant, zoals gevels en kozijnen, mogen alleen als ze passen bij het oorspronkelijke karakter. Voor verduurzaming van fase 1  kan dit gevolgen hebben: sommige maatregelen vragen extra overleg en vergunningen. De flat De flat Kleiburg werd begin jaren ’70 gebouwd. De naam verwijst naar een oude boerderij in de Bijlmermeer. In de jaren ’80 raakte de Bijlmer in verval. Na de Bijlmerramp van 1992 begon een grote vernieuwing van de wijk. Woningcorporatie Rochdale wilde Kleiburg rond 2008/2009 slopen, maar buurtbewoners kwamen in actie. Het gebouw werd uiteindelijk voor €1 verkocht aan Consortium DeFlat , op voorwaarde dat er een goed renovatieplan kwam. De renovatie van de buitenkant startte in september 2013. De woningen werden casco (leeg) verkocht als klushuizen. In februari 2014 was fase 1 klaar. In 2017 kreeg Kleiburg internationale erkenning: het project won de prestigieuze Mies van der Rohe Award  en een Dutch Design Award . Het beschermd stadsgezicht Sinds mei 2019 is het Bijlmermuseum door de gemeente Amsterdam aangewezen als beschermd stadsgezicht . Kleiburg hoort daarbij, samen met de flats Gooioord, Groeneveen, Grubbehoeve, Kikkenstein en Kruitberg. Ook de hoge metrobaan, het groen, het water en de bruggen horen erbij. Het doel is om de samenhang en cultuurhistorische waarde te beschermen. Voor Kleiburg betekent dit dat het uiterlijk niet zomaar mag worden aangepast. Beperkingen en gevolgen Voor Kleiburg fase 1 kan "beschermen van samenhang en cultuurhistorische waarde" betekenen dat we bij verduurzaming soms samen moeten optrekken met fase 2, 3 en 4. Denk hierbij aan: gevels aan voor- en achterkant; ramen en kozijnen; ophogen van het dak voor isolatie. Vergunningen In de meeste gevallen is een vergunning nodig voor aanpassingen die zichtbaar zijn vanaf de straat of openbare ruimte. Voorbeelden zijn: vervanging van ramen en kozijnen; dakisolatie aan de buitenkant; aanbrengen van gevelisolatie. De gemeente toetst of veranderingen passen bij het karakter van de flat en de omgeving. Voor advies kan de VvE terecht bij het Loket Duurzaam Erfgoed  van de gemeente Amsterdam. Volgende stap Bij de onderzoeksresultaten zullen we steeds aangeven of een maatregel mogelijk beperkt wordt door de status “beschermd stadsgezicht”. Zo blijft duidelijk wat wel en niet kan. Heb je vragen, ideeën of wil je jouw ervaringen delen? Mail ons via duurzaamkleiburg1@gmail.com . Samen bepalen we de weg naar een toekomstbestendig Kleiburg.

  • Koken op inductie

    De voordelen van koken op inductie zijn Het werkt efficiënter en geeft minder energieverlies : bij gas ontsnapt tot 50% van de warmte langs de pan en vlam naar de lucht; inductie koken is efficiënter door minder energieverlies en verwarmt sneller dan gas - dit komt door de elektromagnetische werking die direct de pan verhit; inductie behaalt een rendement van 85 tot 90%; Maar ook: hogere veiligheid , geen open vlam meer en minder risico op gaslekken of koolmonoxide betere luchtkwaliteit in de keuken, omdat er bij elektrisch/inductie koken geen verbrandingsgassen vrijkomen zoals bij gasvlammen.​ minder CO₂‑uitstoot en beter voor het klimaat. Kooktoestellen en de meterkast Er is een grote keuze in kookplaten en fornuizen, zowel qua grootte als in vermogen. Kookplaat formaten Capaciteitsklassen kookplaat tot 3,7 kW (1-fase max): Maximale aansluitwaarde voor standaard stopcontact of enkele groep ; het gebruik van alle zones tegelijk is beperkt 3,7-7,4 kW (2-fasen): Gebruikt Perilex-aansluiting op twee groepen; hogere piekvermogens per zone mogelijk zonder veel beperkingen. Kijk in de documentatie van de kookplaat naar “aansluitwaarde” (kW) en “aantal fasen” (1‑, 2‑ of 3‑fasig); Check je meterkast: welke hoofdzekering (bijv. 1×25 A, 3×25 A), hoeveel vrije groepen, en is er al een Perilex kookgroep aanwezig; Laat een erkend elektricien beoordelen of: er een aparte kookgroep bij kan, en je huidige hoofd­aansluiting (bijv. 3×25 A) voldoende is, of dat verzwaring bij de netbeheerder nodig is. Fornuizen Fornuizen combineren een inductiekookplaat met een ingebouwde oven. Verschillen met losse kookplaat:   Volledig apparaat : Staand fornuis (60-90 cm breed) met oven (vaak 60-70L, A++ energielabel) en inductiezone (4-5 pitten); Aansluiting : Krachtstroom vereist (7-11 kW, 2- of 3-fasen Perilex), geen standaard stopcontact; installatie €200-€ 500; Formaat : Vrijstaand of inbouwbaar. Geschikte pannen Het is een fabel dat je altijd nieuwe pannen zou moeten aanschaffen. Controleer of je bestaande pannen inductiegeschikt zijn met de magneettest: een magneet moet aan de bodem blijven plakken (RVS met magnetische bodem, gietijzer of dikke metalen bodem). Alleen als de bodem van de pan is kromgetrokken of ernstig vervuild*  zal deze moeten worden vervangen.   Schoonmaaktip   Kosten en besparingen Gas de verbruikskosten van gas bedragen gemiddeld € 40-€ 80 per jaar, waarbij de € 326 vaste kosten moeten worden opgeteld. Inductie de prijzen van een inductieplaat/fornuis variëren van €240 tot € 1.200. echter koken op inductie levert een netto kostenbesparing op. Gemiddeld kost inductie € 50- €100 per jaar aan stroom Heb je vragen, ideeën of wil je jouw ervaringen delen rond onderwerpen in de categorie "Doe-het-zelf"? Mail ons via duurzaamkleiburg1@gmail.com . Samen bepalen we de weg naar een toekomstbestendig Kleiburg; Doe-het-zelf  gaat over aanpassingen in je eigen appartement, niet over VvE-maatregelen. Ervaringen van bewoners helpen anderen op weg — delen wordt dus van harte aangemoedigd!

bottom of page